Een rond de dertig, mooi geweest maar haast uitgemergeld versleten vrouwelijk specimen strompelt tram 23 op. Gromt, maakt geluiden, wankelt, zit neer. Een jonge Marokkaan, een pubertje, hij en z'n kameraad dagen haar uit. Ça va, madame? (Mais qu'est-ce qu'elle a pris, celle-la?) Escalatie - gebaren, schreeuwen, scheldwoorden, plat Frans, gepletwalst Brussels. Lelijk zoals taal in m'n hoofd zelfs niet kan zijn - minutenlang, voor kilometers. Het zijn stiltes gevolgd door uitspattingen van nieuwe, ongehoorde scheldwoorden. Foutu fils de pute! Geschuif. Mensen wenden hun blikken af, schuiven. Ze schuiven en ik kan niets dan grijnzen, grotesk, deze situatie - een intriest menselijk drama. Het rioolweefsel van de stad spuwt haar brakke braaksel in het transportnet, een schouwspel bestemd, gemaakt en opgevoerd voor mij, deze ochtend, deze tram. Een gratis abonnement op stadstoneel, exeunt homines, bonne journée, madame. Fais gaffe! Vanaf dan, tot aan het Meiserplein, stampt zij zowat elke halve minuut keihard met haar elleboog tegen het raam. Keihard. Schreeuwend. Moet gewoon breken, maar zij voelt niks. Moet breken. Grijze elleboog en plexiglas, de opponenten zijn keihard, de strijd gaat gelijk op. Ze stapt af, conasse, pute, tegen een meisje van ongeveer tien. Ta geule, strompelt over de tramsporen, rood licht aan de Place Misère. Ze wankelt over het zebrapad, maar aarzelt, alsof ze plots de stad toch rond haar voelt, de stad die haar enkels grijpen wil en haar botten lonkend uitnodigt om ze te vermalen onder de jantes métaliques van pendelende leasewagens. De politieman heeft haar nog niet opgemerkt en fluit een Alfa na. Alles wordt kleiner terwijl het geluid van de auto's langzaam verstomt en de tram bochtend de vaal oranje duisternis van de tunnel inschokt. Het gekeuvel in de tram keert weer en ik volg een banale discussie over hoe lang het nog duurt avant qu'on arrive à la Bascule. Tussen Diamant en Georges Henri is er tijd voor een gelaten moment van reflectie, introspectie, relativering en katharsis. Waar leer je zo'n woorden? Profilering, nog zo eentje - en gelaagdheid van de maatschappij. Ik zal afstappen in Montgomery, en de metro nemen naar Maalbeek/Maelbeek. In Maalbeek/Maelbeek zal ik koffiekoeken kopen, merci bien, bonne journée. Smeuïge couques voor 25 francs. Mijn koffiekoeken zullen vers zijn, ovenvers. En zacht, en boterrijk, en vergezeld van een gratis bedrijfsbeker verse polystyreenkoffie. En de stad, wel, die kantelt 2 graden, alweer.