Er is deze eigenaardige vervreemding waarin de geest van de pendelaar zich hult wanneer het landschap langs hem spoort - niet de politiek correcte vervreemding die men soms treft in de hals van een vrouw of het aanschijn des doods, maar een veel meer banale vervreemding die voortkomt uit een alledaags amalgaan van flarden conversatie.

Veel eerder nog vindt men haar terug in die gesprekken die niet worden gevoerd. De ijlheid van het beetje-reizen brengt de gedachten op een zijspoor. Men gaat zich dingen inbeelden. Men kijkt om zich heen en absorbeert de normale gang van zaken niet langer aan als eerste persoon, betrokken partij, protagonist.

Een man zit. Verdiept, gebogen, symmetrisch en geconcentreerd tuurt hij naar een stapeltje papier. Tabellen zijn het, op z'n schoot een dikke bundel bedrukte vellen met tabellen. Ranke rijen en kolommen van karakters, cijfers, getallen, waarden.

Eén tabel lijkt zijn onverdeelde aandacht te verdienen. En misschien is daar wel reden toe - want in snel potlood staan boven de matrix schier onleesbaar de woorden OPVOLGING AV gekrast.

Een man zit. Op de trein, onderweg naar Antwerpen, en hij doet aan OPVOLGING. Nu zijn er vele vormen van OPVOLGING, maar de man die zit, op de trein, tussen Vilvoorde en Mechelen, volgt niet zomaar om het even wat op - neen - de man zorgt voor de OPVOLGING van de AV.

En het is precies dit, dat me geruststelt. De wereld is niet mooi, en zelfs niet lelijk, maar op die momenten waarop de vervreemding een pendelaar teveel wordt en hij schreeuwt om geruststelling, is er nog wat zekerheid. Er is op deze kille herfstavond de zekerheid dat, wat er ook gebeurt, de AV wordt OPGEVOLGD. Misschien vergeet straks een meisje haar sjaal op de bus of wie weet gaan later deze avond wel twee straatlampen stuk voor de groentenwinkel - maar! - voor de OPVOLGING van de AV, daarvoor wordt gezorgd. Wat er ook gebeurt.